mijn dag

Nieuws
01 juni 2018 geplaatst

Over leven zonder ouders

Laurina (29) en Roxali (32) hebben allebei geen ouders meer. Het is ongemakkelijk om een beginvraag te stellen voor een interview met zo’n heftig thema. Laurina: ‘Veel mensen weten niet hoe ze moeten reageren als ik het vertel. Dat geeft niet. Maar ik choqueer ze er ook wel eens mee. Als ik aan het daten ben, ligt het onderwerp binnen een uur op tafel.’ Lachend: ‘Dan weet ik meteen wat voor vlees ik in de kuip heb!’

Het is een koude zaterdagmorgen in Den Haag als de dames elkaar ontmoeten in een hip koffietentje. De latte macchiato komt dampend op tafel. Roxali, met haar dreadlocks op nonchalante wijze in een hoge knot gedrapeerd, kijkt Laurina nieuwsgierig aan. Ze kennen elkaar niet, maar weten dat ze iets gemeen hebben. Laurina, met roze gestifte lippen en een bos wilde krullen, begint.

goed folk_20180303_00a9501 1.jpg

Laurina: ‘Toen ik veertien was, werd mijn vader ziek. Darmkanker. Het was goed te behandelen, maar er kwam luchtpijpkanker bovenop en dat werd hem fataal. Hij is vier jaar ziek geweest. Vlak voordat hij overleed, ontdekte mijn moeder een plekje op haar vinger. Het was een melanoom, waarvan we toen nog niet wisten dat het ernstig was. Dat was het wél: de kanker zaaide uit en ze stierf binnen een jaar. Ik was toen achttien.’

Roxali: ‘In 2006 was ik met vrienden op vakantie in Portugal, toen mijn moeder belde. Dat deed ze nooit! Ze zei: “Het gaat niet goed met mij, maar je bent op vakantie dus we hebben het er wel over als je weer thuis bent.” Mijn vrienden waren vrolijk en in vakantiestemming, maar ik was verdrietig. Bij thuiskomst hoorde ik wat er aan de hand was: mijn moeder had longkanker, een tumor ter grootte van een vuist. Anderhalf jaar later overleed ze.’

De vader van Roxali kon de dood van zijn vrouw niet verwerken en werd psychotisch. Roxali zorgde voor hem, terwijl ze ondertussen studeerde en werkte. De familie liet het afweten, dus Roxali stond er nagenoeg alleen voor.

goed folk_20180303_00a9643 1.jpg

Roxali Bijmoer (32) woont samen met haar vriend in Leiden. Ze studeerde ooit criminologie, maar na vier jaar gooide ze het roer om: ze ging kunstgeschiedenis studeren. Inmiddels werkt ze als collectiebeheerder in het Naturalis museum. Ze was 22 en 26 jaar toen haar moeder en vader overleden.

Roxali: ‘Mijn vader belandde in een zware depressie en werd opgenomen in een kliniek. Op een ochtend stond ik het op het station, ik was onderweg naar mijn werk. Ik zag op de borden dat er vertraging was tussen Den Helder en Alkmaar als gevolg van een aanrijding. Eenmaal op mijn werk, belde de kliniek waar mijn vader zat. Ze zeiden dat mijn vader ‘m was gesmeerd en dat ze niet wisten waar hij was. Het duurde even voor er bij mij een lampje ging branden. De kliniek was in Schagen, tussen Den Helder en Alkmaar. Ongerust belde ik de kliniek terug, maar ik werd in de wacht gezet. Heel raar. Achteraf bleek, dat ze net hadden gehoord dat mijn vader was gevonden en dat hij was overleden. Ze wisten zich geen raad met de dochter die plotseling aan de telefoon hing.’

overlevingsmodus

Zowel Roxali als Laurina omschrijven de periode na het overlijden van hun ouders als een waas. Doorgaan, dat was wat ze deden. En niet nadenken. 

goed folk_20180303_00a9482.jpg

Laurina: ‘Ik wilde altijd vrolijk zijn, maar ik voelde wel dat ik dat niet lang kon volhouden.’

Roxali: ‘In het begin was mijn verdriet te groot. Ik kon het allemaal niet in één keer aan. Dus ik schakelde mijn gevoel uit en ging in de overlevingsmodus. Ik werd heel pragmatisch: ik ging van alles regelen.’

Laurina: ‘Ik voelde juist wel heel veel. Ik moest bewust de overlevingsmodus inzetten: ’s ochtends lapte ik mezelf op, overdag moest ik staande blijven en als ik thuiskwam kon ik huilen en moe zijn. En de volgende dag hetzelfde liedje.’

Roxali: ‘Niks raakte me meer. Achteraf denk ik dat ik depressief was: mensen met een depressie voelen ook niks. Dat was ook schadelijk voor mijn omgeving: de relatie met mijn vriend liep bijna op de klippen.’

Laurina: ‘Ben je niet bang dat jou hetzelfde lot treft als je ouders?’

Roxali: ‘Psychisch? Tja, zou kunnen. Mijn vader had een bipolaire stoornis. Dat wordt getriggerd door heftige gebeurtenissen. Als het erfelijk was geweest, dan was dit bij mij al tot uiting gekomen.’ Roxali is even stil. ‘Jij dan?’

Laurina: ‘Ik ben er niet zo mee bezig, al zit het gek genoeg wel als een waarheid in mijn hoofd dat ik een keer kanker krijg.'

afscheid

Roxali: ‘Mijn moeder zei op haar sterfbed tegen mij: “Met jou komt het wel goed, maar ik maak me zorgen om je vader en je broer.” Ze vroeg me om voor hen te zorgen, maar zei erbij dat ze dit eigenlijk niet van me kon vragen. Ik voelde dit lange tijd letterlijk als een fysieke last op mijn schouders.’

Laurina: ‘Ik ben reformatorisch opgevoed. Mijn moeder schreef op haar sterfbed een kort briefje. Daar stond niet op ‘ik houd van je,’ maar wat er praktisch geregeld moest worden. En verder dat ze hoopte dat wij als kinderen verder gingen op de weg die ons was geleerd. Ik heb lang moeite gehad met deze boodschap. Ik begrijp nu wel wat ze schreef, hoewel mijn relatie met God nu anders is, ruimer dan hoe ik ben opgevoed.’

Roxali: ‘Ik kon me niet verplaatsen in leeftijdsgenootjes, die waren bezig met uitgaan en zo. Ik voelde me tien jaar ouder.’

Laurina: ‘Dat had ik ook, al was ik jonger dan jij toen het gebeurde. Ik gedroeg me als een volwassene, maar eigenlijk was ik nog een kind.’

hulp

Zowel Roxali als Laurina hebben professionele hulp gezocht. Roxali in de vorm van een praatgroep van de GGZ, waar ze stukje bij beetje leerde om haar gevoelens te uiten. Laurina ging in therapie bij een verliesbegeleider, maar praten blijft lastig voor Laurina.

Laurina: ‘Mijn verliesbegeleider vroeg: ‘Doe je iets graag? Kun je iets goed?’ Toen ben ik gaan schilderen. Het helpt me om non-verbaal te zeggen wat ik voel.’

Roxali: ‘Al zeventien jaar is muziek mijn grote uitlaatklep. Ik zing in een koor. Heel gek, maar toen ik hoorde dat mijn vader was overleden, dacht ik: ‘nu kan ik de blues nog beter zingen.’ Met bluesmuziek vertel je een echt verhaal. Door het overlijden snap ik veel beter waar het in die muziek om gaat.’

Laurina: ‘Grappig dat je dat zegt, ik zing ook graag en heb dat ook. Muziek wakkert bepaalde emoties aan.’

onvoorwaardelijke liefde

Met het overlijden van hun ouders, valt ook hun thuisbasis weg. Niets blijkt meer hetzelfde te zijn in het leven van Laurina en Roxali. 

Laurina: ‘Het raakte me heel erg dat een vriendin geld toegestopt kreeg van haar ouders. Het gemak waarmee ze dat aannam! Zó vanzelfsprekend.’

Roxali: ‘Ja, dat herken ik. Ik hoorde eens een klasgenoot klagen dat ze zo weinig geld had. Terwijl haar ouders bijna alles voor haar betaalden! Ik werd zo kwaad. Ik dacht: je weet niet half hoeveel mazzel je hebt.’

Laurina: ‘Je ouders zijn de enige mensen op wie je terug kunt vallen, zonder ze iets te vragen. Nu ben ik zelf degene die als eerste de klappen opvangt. Niet alleen financieel, maar met alles.’

Roxali: ‘Ja, dat beseffen mensen niet. Je ouders zijn er onvoorwaardelijk voor je.’

leven na de dood

Roxali is niet religieus opgevoed en gelooft niet in het hiernamaals. Laurina wel. Zij haalde veel steun uit haar geloof.

Laurina: ‘Het fijne aan ouders die geloven: ze bidden voor je. Ik kon dat zo missen! Ik moest ineens zelf uitvogelen hoe het zat met God. Ik moest het echt met Hem uitvechten.’

Roxali: ‘Ik geloof niet in een hemel. Ook niet toen mijn ouders overleden.’ Lachend: ‘Dat klinkt niet echt troostend, hè? Maar ik denk vaak aan mijn ouders, ze leven voort in mijn herinnering.’

Laurina: ‘Inderdaad, niet alles stopt als iemand overlijdt. Het leven wordt doorgegeven.’

Roxali: ‘Ik lijk erg op mijn vader. Mijn vriend heeft ons ooit bestudeerd aan het ontbijt. De manier waarop wij lopen, eten en spullen pakken uit het keukenkastje lijkt op elkaar.’

cliché

Welke clichés blijken waar te zijn na zo’n groot verdriet?

goed folk_20180303_00a9748 1.jpg

Laurina de Visser (29) woont in Gouderak. Ze is verliesbegeleider (lichtehuisjes.nl) en parttime leerkracht op een basisschool. Daarnaast heeft ze al twee boeken op haar naam staan. Ze was 17 en 19 toen haar vader en moeder overleden. 

Roxali: ‘Verdriet slijt. Eerst is het zó groot dat je het niet aankunt. Geleidelijk gaan de scherpe randjes er vanaf.’

Laurina: ‘Ik vind ‘slijten’ geen goed woord.’

Roxali: ‘Nee, oké. Daar heb je gelijk in. Het verdriet verandert.’

Laurina: ‘Nog één.’ Op sarcastische toon: ‘Tijd heelt alle wonden.’

Roxali reageert direct: ‘Nee, die wonden worden af en toe opnieuw opengereten!’ Ze lachen als blijk van herkenning.

Roxali: ‘Ik was eens op de begrafenis van de moeder van een jeugdvriend. Wat daar werd verteld, leek zo op mijn verhaal! Ik barstte in tranen uit. Iedereen keek naar me. Ik kende daar niemand en niemand snapte waarom ik zo overstuur was. Het verdriet komt op onverwachte momenten.’

Door alles wat er in haar leven is gebeurd, maakt Roxali zich niet meer druk om kleine dingen. Laurina doet dat wel.

Roxali: ‘Mijn vriend en ik hebben bijna nooit ruzie. Simpelweg omdat ik ruzie niet de moeite waard vind. Ik ga ook nooit de deur uit zonder afscheid te nemen. Ik geef een kus, of zeg even doei. Je weet nooit wat er kan gebeuren.’

Laurina: ‘Oh echt? Wat bijzonder!’

Roxali: ‘Ik neem ook sneller grote beslissingen. Zo ben ik een aantal jaar geleden alleen op reis geweest. Nu kan het nog!’

Laurina: ‘Dat zou ik meer moeten doen! Ik vind het spannend om grote beslissingen te nemen, omdat ik die ruggensteun van mijn ouders mis. Ik heb niets heb om op terug te vallen.’

Roxali: ‘Ik heb natuurlijk wel mijn vriend, die mij steunt. Ik had al een relatie met hem in de tijd dat mijn moeder overleed. Ik denk dat ik minder besluitvaardig zou zijn zonder hem. Al zegt hij wel eens: ‘De sterkste vrouw die ik ken is mijn vriendin, en dat zeg ik niet omdat het mijn vriendin is.’

Laurina: ‘Ja, dat valt me op aan dit gesprek. We zijn allebei harde werkers. Sterke vrouwen.’

tattoo

Boven de hals van het rode jurkje dat Roxali draagt, pronkt een grote gekleurde tatoeage in de vorm van kersenbloesem.

Roxali: ‘Het staat voor de vrouwelijke kracht, maar ook voor de vergankelijkheid van het leven. Voor mijn moeder. De tatoeage op mijn arm is voor mijn vader.’

Laurina veert op: ‘Ik heb ook een tatoeage, al is ‘ie iets meer bescheiden.’ Ze lacht en wijst op haar pols. Er staat met kleine, sierlijke letters: ‘Go Live.’ ‘Ik ben altijd met de dood bezig, ik kan er soms in blijven hangen. Deze tattoo herinnert me om bewust te kiezen voor het leven.’

goed folk_20180303_00a9796 1.jpg

Tekst: Marieke de Man
Beeld: GoedFolk