mijn dag

Nieuws
02 januari 2019 geplaatst

Binnen twee uur loopt de preekagenda vol

Vanmorgen staan in veel protestantse pastorieën de telefoons roodgloeiend. ‘Voor regelaars van preekbeurten is het bijna een wedstrijd wie de eerste is’, weet hervormd predikant Martin van Dam. Vóór half tien heeft hij zijn preekagenda voor 2020 vol.

Al voor de kerstdagen kreeg dominee Martin van Dam, voorganger in de Calvijnkerk in Baarn, het verzoek om 2020 in Ede te preken. Dat was ruim vóór 2 januari: het is in de ­Protestantse Kerk (PKN) een ­ongeschreven regel om pas na de jaarwisseling preekbeurten met gastpredikanten af te spreken. ‘Blijf het bijzonder vinden dat één persoon in Ede alle preekbeurten regelt en daarom niet kan wachten tot ­ 2 januari’, verzuchtte Van Dam op Twitter.

Hij kreeg prompt bijval van collega’s die met hetzelfde ‘probleem’ zitten. ‘Eén van de kersttradities van kerkelijk Nederland’, twitterde predikant Arjan Berensen uit Nieuw-Vennep ironisch. ‘Herkenbaar!’, riep collega Bert-Jan Mouw uit Aalburg uit. Dat argument van één regelaar per stad ‘werd gebruikt om het vroeg bellen te vergoelijken’. Om er gelijk aan toe te voegen dat hij met zijn weigering zich geen schuldgevoel wil laten aanpraten. De Barneveldse dominee Leendert Plug constateerde dat veel preekvoorzieners zeggen dat ze op 2 januari te laat zijn. ‘Zoals we dat hier zeggen: iets met het kip en ei.’

Te vroeg een predikant benaderen voor een preekbeurt is lastig, is Van Dams ervaring. ‘In december maak ik mijn rooster klaar en stem dat af met collega’s. Als ik dan rond Kerst ook nog de telefoon moet opnemen om een preekregelaar te woord te staan, draagt dat niet bij aan de rust die ­nodig is om voor te gaan in de vele diensten rond Kerst en de jaarwisseling.’

Toch heeft Van Dam wel begrip voor de preekvoorzieners. Zijn vader hoorde ook bij dat unieke gilde. ‘Ik weet van huis uit wat voor gedoe het regelen van preekbeurten is. Eerder bellen is voor preekregelaars een manier om meer grip te krijgen op afspraken. Hun achterliggende gedachte is dat predikanten op 2 januari hun rooster al hebben ingevuld of telefonisch onbereikbaar zijn omdat ze in gesprek zijn.’

Een landelijke regeling invoeren is volgens hem niet haalbaar. ‘Je kunt een beldatum niet verplicht stellen.’ Lachend: ‘PKN-scriba René de Reuver kan er ook geen gebod over uitvaardigen.’ Van Dam kent genoeg collega’s die de telefonade op 2 januari accepteren: ‘Zij zitten dan toch al klaar achter hun bureau. Zij gaan er niet moeilijk over doen en willen niet later terugbellen.’

logistiek

E-mailen of appen over preekbeurten is geen oplossing, meent Van Dam. ‘Via de mail afspraken maken kan wel; maar dan moet je als predikant goed nadenken waar je wilt preken. En dan nog: moet de preekregelaar dan één datum mailen of een aantal? En als ik niet snel reageer, kan de preekregelaar ook niet verder. Soms is de mail gelijk naar een aantal collega-predikanten gestuurd, hoe regel je dan een toezegging? Logistiek is het een flinke uitdaging, voor alle partijen. Misschien moet een slimme IT’er eens een logistiek programmaatje maken dat het voor alle betrokkenen gemakkelijker maakt.’

Door de hectiek van de telefoontjes wordt de agenda als het ware vanzelf bepaald. Dus woensdagochtend staat de telefoon roodgloeiend, verwacht Van Dam. ‘Om half acht ’s morgens begint dat al. Je legt de hoorn neer en dan belt de volgende alweer.’ Bijna verontschuldigend: ‘Ik wil die drukte niet aanmoedigen, hoor. Maar dat is de praktijk. Het voelt voor preek­regelaars als een soort wedstrijd. Ze doen dit werk met de nodige adrenaline, denk ik.’

Het is niet gebruikelijk een verzoek te weigeren. Van Dam kijkt ‘in principe’ bij iedere beller of het preekverzoek is in te passen in zijn rooster. ‘Per jaar heb ik zo’n honderd diensten die ik moet leiden. Daarvan doe ik er ruim zestig in mijn eigen gemeente in Baarn, met nog wat ruilbeurten. Een paar zijn al vergeven aan gemeenten waar ik eerder heb gestaan; trek daar de vakanties nog eens van af, dan heb ik woensdagmorgen nog ruim dertig diensten “weg te geven”. Maar om half tien is mijn preekrooster voor 2020 zo goed als ingevuld.’

190101230957.img-p06istock-652284444.shrink.1280x0.jpg

Van Dam neemt doorgaans één preekbeurt per gastgemeente in overweging. Een speciale voorkeur heeft hij niet, al zit hij niet te wachten op lange reizen op zondag. ‘Als gastpredikant is het leuk om een beetje een band op te bouwen met een gemeente waar je vaker hebt gepreekt en terugkomt. En als je verhuist, is het fijn om nog eens voor te gaan in die voormalige gemeente.’

ego

Ligt een predikant die woensdag niet wordt platgebeld, slecht in de markt? Op Twitter klinken verschillende commentaren. Theoloog Paul van Dam prijst zich juist gelukkig niet te behoren tot de happy few die op 2 januari gebeld wordt; zijn preekagenda voor 2020 zit zonder die belronde ‘al aardig vol’. Hij vindt het een ‘absurd fenomeen’; volgens hem ‘streelt dat vroege bellen het ego van veel predikheren’. Wim Stougie, predikant in het Friese Eastermar, juicht het weigeren van vroegbellers toe: ‘Ik kan maximaal zes weken overzien, en dat is de menselijke maat’, grapt hij.

Martin van Dam kreeg afgelopen jaar vijf of zes kerkdiensten ‘terug’, onder meer van een vacante gemeente die inmiddels een eigen predikant had gekregen. ‘Die afgevallen dienst geven we dan weer door aan de website of het preekregelbureau van de PKN. Eigenlijk gaat het werk om een prediker te regelen het hele jaar door. Veel preekvoorzieners weten bij uitval vaak nog wel een emeritus dominee die kan inspringen.’

En het verzoek uit Ede? Van Dam: ‘Ik heb tegen Ede gezegd: wacht maar tot 2 januari. Op zich is het lang geleden dat ik daar geweest ben. Ik zou daar best een keer willen voorgaan. Maar wie mij woensdag niet kan strikken, moet het volgend jaar gewoon weer proberen.’

Tekst: Gerhard Wilts
Beeld: iStock