Nieuws
8 dagen geleden geplaatst

Opa kreeg geen fiets, hij kreeg een Gazelle

Nederland is een fietsland bij uitstek. Ons land telt meer fietsen dan inwoners. Maar in de ontwikkeling van de fiets speelde Nederland opmerkelijk genoeg eigenlijk geen rol. Marian Rijk schreef een geschiedenis van de fiets, en van de Nederlandse fabrikant Gazelle.

In bijna 75 jaar tijd – tussen 1817 en 1891 – ontstond, in grote lijnen, de fiets zoals wij die nu nog kennen. De ontwikkeling begon met de uitvinding van de loopfiets, door de Duitse baron Karl Drais von Sauerbronn. In 1864 bedenkt een Fransman een rijwiel met twee pedalen. Vanaf dan gaan de aanpassingen snel. James Starley introduceert in 1871 ‘de Ariel’, de eerste zogenaamde Hoge Bi, zo’n fiets met een gigantisch voorwiel en een klein achterwiel. De elite slaat aan het fietsen. Met de Hoge Bi kunnen aardige snelheden worden bereikt, maar de fiets is niet praktisch en geeft een vrij grote kans op ongelukken. Plaatselijke overheden krijgen veel klachten binnen over wielrijders en stellen regels op. De gemeente Oldebroek gaat zelfs zover dat wielrijden wordt verboden.

180413201925.img-p103.publiekdomein.shrink.1280x0.jpg

Het grote voorwiel werd overbodig toen de draaisnelheid van de pedalen is niet meer gelijk hoefde te zijn aan die van het wiel. Dit werd bereikt door een kettingaandrijving aan het achterwiel. Beeld uit besproken boek

Gelukkig introduceert een neef van Starley, John Kemp, in 1885 een veel veiliger en praktischer model: de Rover, een fiets met kettingaandrijving aan het achterwiel. De draaisnelheid van de pedalen is niet meer gelijk aan die van het wiel, waardoor het grote voorwiel overbodig is geworden en beide wielen ongeveer even groot zijn.

Een paar jaar later volgt de finishing touch: de Schots-Ierse veearts Dunlop introduceert in 1888 een opblaasbare band, en de Michelin-broers komen in 1891 met een verwisselbare binnenband. De fiets is nu ineens een stuk comfortabeler. Het duurt trouwens nog even voor het woord ‘fiets’ is ingeburgerd. Het woord, dat afgeleid zou zijn van het Duitse Vize Pferd, oftewel: plaatsvervangend paard, wordt aanvankelijk als vulgair beschouwd. De Kampioen schrijft in 1901: ‘Fiets is een knutselwoord, een door het toeval in het leven geroepen product van verbastering, samentrekking en verkorting, een onding, dat naar onze bescheiden mening, noch door den klank, noch door ’t begrip aan een rijwiel doet denken.’

een chic ding

Het verhaal over de uitvinding van de fiets is te lezen in het boek Eeuw in versnelling, dat volgende week verschijnt. Schrijfster Marian Rijk kwam op het idee door een anekdote die ze van haar vader en broers hoorde. ‘Ik hoorde van hen dat mijn opa in 1906, toen hij 11 jaar was, een fiets kreeg. Dat werd gebracht als iets heel wonderbaarlijks. Hij kon ineens letterlijk Zeeland uitfietsen. De fiets was voor zijn generatie een belangrijk fenomeen. Het werd een symbool voor vrijheid en onafhankelijkheid. Rond de eeuwwisseling werd de fiets ook een stuk betaalbaarder. Maar het was nog wel een chic ding hoor. Mijn opa moest ’m delen met zijn broer.’

Het boek van Rijk is tevens een geschiedenis van de familie Kölling, die de Nederlandse fietsenfabriek Gazelle oprichtte in 1892. Rijk: ‘Als binnen mijn familie het verhaal over mijn opa werd verteld, dan werd nooit gezegd: “Opa kreeg een fiets.” Nee: “Hij kreeg een Gazelle.” Daardoor werd ik benieuwd naar de geschiedenis. Door het familieverhaal kon ik de ontwikkeling van de fiets ook goed koppelen aan tal van maatschappelijke thema’s.’

De auteur was verbaasd toen ze ontdekte dat Nederland nagenoeg geen rol speelde in de totstandkoming van de fiets. ‘En dat terwijl Nederland nu echt als hét fietsland wordt gezien.’

Ons land telt inmiddels ruim 22 miljoen fietsen volgens Rijk. Meer fietsen dan inwoners dus. ‘Ons land is erg geschikt voor de fiets; het is vlak en de afstanden zijn vaak kort. Daarnaast is de auto-industrie hier minder van de grond gekomen dan in Engeland, Frankrijk en Duitsland bijvoorbeeld. Daar koos de elite op een gegeven moment voor de auto; de fiets was voor de armeren. Maar in Nederland ging dat niet zo. Koningin Wilhelmina wilde heel graag leren fietsen. Het koningshuis is echt een vlaggendrager voor de fiets geworden.’

Vanaf de jaren zestig kregen Nederlandse fietsfabrikanten het moeilijk. Fietsen van elders konden goedkoper worden geïmporteerd. De waarde van de fiets devalueerde, mede doordat fietsen steeds vaker gestolen werden – je kon dus beter een tweedehandsexemplaar kopen.

Tegenwoordig worden de onderdelen eigenlijk allemaal geïmporteerd, uit China bijvoorbeeld. Gazelle bestaat nog wel, ook al is het familiebedrijf al meerdere keren door een ander bedrijf overgenomen. Rijk: ‘De zaken gaan nu behoorlijk goed. Onder meer de e-bike is nu belangrijk. Die brengt een nieuwe dynamiek. Misschien komen er door de e-bike binnenkort zelfs wel nieuwe verkeersregels bij.’

180413201925.img-eeuwinversnelling.shrink.1280x0.jpg

Beeld besproken boek.

Tekst: Maurice Hoogendoorn

Download de Dag6-app om meer artikelen te lezen.

Dag6.nl
Grote Koppel 8a
3813 AA Amersfoort

Disclaimer
Algemene voorwaarden
Privacy

Laat je emailadres achter dan houden wij je op de hoogte