mijn dag

Nieuws
22 maart 2017 geplaatst

‘Opvoeden kost je je leven’

Een kind opvoeden doe je niet even tussendoor, zegt opvoeddeskundige Jos de Kock. ‘Je moet erop rekenen dat je niks terugkrijgt.’ Jos de Kock (38) uit Gorinchem is getrouwd en vader van twee kinderen. Hij schreef een boek over opvoeden. Niet om te vertellen hoe het moet, maar om mensen aan het denken te zetten. Want waar ben je eigenlijk mee bezig en is opvoeden geen gekkenwerk?

Naast vader, man en pleegvader is De Kock ook godsdienstpedagoog en universitair docent praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit.

Opvoeden is gedoe, schrijft u. Wat bedoelt u daarmee?

‘Je moet die uitspraak zien tegen de achtergrond dat er nogal eens romantisch gedaan wordt over opvoeden. Terwijl dat het niet vaak is. Typisch voorbeeld is de drukke ochtend in een gezin. Dat kan een hoop gedoe zijn. Opvoeden neemt je als opvoeder helemaal in beslag. Je komt aan dingen niet toe die je wel graag zou doen. De belangen van een kind zijn anders dan die van jou.’

temp_1490172291412_gekkenwerk.png

Vrijheid en recht hebben een belangrijke rol in uw boek. Hoe verhouden ze zich tot het opvoeden van een kind?

‘Het zijn grote begrippen. In de kern gaat het erom dat je als opvoeder geneigd bent om een kind of jongere te vormen. Je boetseert iemand zoals jij hem in gedachten had. Dat gebeurt tot op zekere hoogte ook, maar het is belangrijk dat elk individu zich zo kan ontwikkelen dat het zelf keuzes kan maken en zichzelf kan zijn. Praktisch betekent dit dat je veel tijd besteedt aan de vraag wie het kind is dat jou is toevertrouwd en hoe je recht aan dat kind kunt doen. Recht doen aan de eigenheid van iemand heeft ook te maken met de begrenzing van vrijheid, maar ook de vrijheid van de ander eerbiedigen en afzien van je eigen vrijheid.’

U schrijft dat u niet zoveel op hebt met de uitspraak ‘Als mijn kind maar een uniek mens kan zijn’. Dat past toch bij die vrijheid?

‘Ik ben daar niet tegen, maar ik schrijf dat het op een manier gebruikt kan worden om een kind als individu los te zien van anderen, waarbij het erom draait dat het kind een prettig leven leidt door zelf de regie te voeren over het eigen leven en de directe omgeving. Dat lijkt me niet goed.’

U benadrukt dat liefde in de opvoeding meer is dan een warme deken. Kunt u dat uitleggen?

‘Je hebt liefde als een warme deken. Die zorgt voor een veilig nestgevoel, dat je het goed hebt met elkaar, je directe omgeving en in je comfortzone. Het is de bescherming van de kleine kring. Dat je er altijd bent voor je kroost en je er onvoorwaardelijk voor je kind zult zijn. Dat moet ook gebeuren en dat is ook niet fout. Integendeel, het is de basisvoorwaarde voor een gezonde ontwikkeling. Maar diezelfde ontwikkeling moet ook aan de dag gelegd worden buiten de eigen kring. Stel je als opvoeder ten doel dat je kind liefde ook gestalte kan geven buiten het eigen gezin of de jongerengroep.’

Gaat dat niet vanzelf als kinderen dat binnen een gezin ook doen?

‘Niks gaat automatisch, is mijn overtuiging. Natuurlijk gebeuren er dingen uit eigen beweging en eigen interesses, maar je kunt die processen begeleiden door het goede voorbeeld te geven, te benoemen wat het belang ervan is en door kinderen erbij te helpen.’

Opvoeders kunnen jaloers zijn op kinderen. Gebeurt dat echt?

‘Dat gebeurt best veel. Opvoeders noemen het alleen meestal niet zo. Ze denken “Dat had ik als kind ook zo gewild” of “Ik had graag gedurfd wat mijn kind nu durft”. Je hebt allerlei varianten. Kinderen houden je een spiegel voor. Als jaloezie je gaat frustreren kan het de opvoeding in de weg staan.’

Opvoeden kost je je leven, schrijft u. Is dat niet te negatief?

‘Denk er maar over na. Opvoeden is geen project dat je er even bij doet. Het is iets wat het diepst van je wezen raakt. Je gunt je kinderen het beste en je moet erop rekenen dat je daar niks voor terugkrijgt.’

Wat is de rol van genade bij de opvoeding?

‘Opvoeders moeten genadig naar hun kinderen zijn, hen vergeven en hun nieuwe kansen gunnen. Maar gun jezelf die genade ook, want soms gaat het niet goed of ben je niet tactisch. En wees genadig naar de opvoeders om je heen: de buren, de ouders van klasgenoten en de leraren.’

Tekst: Sophia Geuze