mijn dag

Nieuws
28 oktober 2017 geplaatst

Domineeszoon met lef: van schoolmeester tot bordes

Hugo de Jonge is meer dan zijn opvallende schoenen. Zijn directe omgeving is niet verbaasd over zijn opmars in de politiek. Een gelovige jongen die het schopte van schoolmeester tot vicepremier in het derde kabinet-Rutte.

Er zit in elk geval één nadeel aan het ministerschap van Hugo de Jonge. De Da Costa basisschool in Rotterdam-Zuid moet op zoek naar een nieuwe Sinterklaas. Een paar jaar geleden vroeg directeur Pia Poot of De Jonge – die meester was op de Da Costa School – Sinterklaas wilde zijn. Hij was toen al wethouder in Rotterdam. ‘Die vraag werd enthousiast beantwoord. Als Sinterklaas is hij een keer op de fiets de school binnengereden. En in contacten met leerlingen leek het alsof hij nooit was weggeweest.’ Maar De Jonge heeft laten weten dat het dit jaar niet meer past. ‘Heel jammer.’

Dat De Jonge meteen ‘ja’ zei op het verzoek van zijn oude school, typeert hem. Hij is spontaan maar ook ongeduldig, zegt bijna iedereen die hem kent. ‘Hugo kan niet tegen oeverloos gepraat dat nergens toe leidt’, vertelt zijn ‘politieke moeder’ Marja van Bijsterveldt. De CDA-politica – nu burgemeester van Delft – zocht in 2007 een politiek assistent, toen ze staatssecretaris van Onderwijs werd. Ze kreeg de toen 29-jarige Hugo de Jonge ‘aangereikt’ vanuit de partij, maar kende hem eigenlijk niet. ‘Ik wilde eerst kijken of het zou klikken. Maar binnen 24 uur wist ik: dit is mijn vent. Sommige mensen bedenken bij elke oplossing drie problemen, maar Hugo bedenkt voor elk probleem drie oplossingen.’

anp-53804620.jpg

Zijn twee jaar oudere broer Marien vindt het nog ‘een beetje onwerkelijk’ dat Hugo op het bordes van Paleis Noordeinde stond. Dat geldt ook voor zijn ouders, weet hij. ‘Dat Hugootje ineens naast de koning staat ...’ Voor hem blijft Hugo altijd ‘mijn broertje’. ‘Als predikantsgezin (er zijn verder twee jongere zussen en een jongere broer, red.) moesten we regelmatig verhuizen. Maar ik wist: mijn broertje gaat altijd mee. Doordat we dicht bij elkaar zitten qua leeftijd, zijn we ook een soort vrienden. We bespreken nog steeds alles met elkaar.’ Hugo houdt ervan in the picture te staan. ‘Ik totaal niet’, zegt Marien, hoofd van het laboratorium kinderinfectieziekten in het Nijmeegse Radboudumc. Als kind was Hugo al het middelpunt. ‘Toen hij voor het eerst naar school ging, zei hij: “Hallo allemaal.” Hij was altijd de lolbroek. Hij heeft lef, maar is daarmee ook degene die voor anderen de weg baant.’

Conservatief noch links
De 40-jarige Hugo de Jonge is als kersvers minister van Volksgezondheid en vicepremier de verpersoonlijking van een nieuwe generatie politici, in een kabinet dat toch al vrij jong oogt. Overtuigd christen, zeggen zijn intimi, maar niet conservatief en evenmin behorend tot de linkervleugel van het CDA. Als wethouder in Rotterdam – wat hij in 2010 werd – viel hij geregeld op door stevige stellingnames. Zo is hij tegen religieus gemotiveerd thuisonderwijs, was hij betrokken bij de sluiting van slecht presterende scholen (een islamitische en een evangelische), en pleitte hij voor verplichte anticonceptie voor onmachtige ouders. ‘Sommige kinderen hebben het recht niet geboren te worden’, zei hij in 2016.

Collega-wethouder Joost Eerdmans (Leefbaar Rotterdam) dacht dat dit voorstel het einde van de CDA-­carrière van De Jonge zou betekenen. Dat het hem niet wordt nagedragen, is volgens Eerdmans het bewijs dat De Jonge in eigen politieke kring wordt gewaardeerd als ‘iemand die z’n nek uitsteekt in een moeilijke stad’.

Marja van Bijsterveldt denkt er net zo over. ‘Hugo redeneert altijd: over wie hebben we het? Vrijheden zijn hem lief, maar kinderen mogen niet de dupe worden. Dan durft hij vraagtekens te plaatsen.’

Rotterdam heeft van De Jonge een pragmatisch politicus gemaakt. Hij kent bovendien het politieke spel. De Jonge is handig in het bereiken van z’n doelen, zegt Eerdmans. ‘Hij weet bijvoorbeeld wanneer hij de pers moet opzoeken.’ Hij voelt ook goed aan wat ‘gewone mensen’ belangrijk vinden, zegt Van Bijsterveldt. ‘Hugo heeft voor de klas gestaan in een kwetsbare wijk, met de voeten in de modder. Veel mensen in de politiek denken dat de wereld bestaat uit hbo’ers en academici. Hugo niet. Hij heeft de pabo gedaan. Daardoor heeft hij een heel praktische inslag, en dat is een zegen in de politiek.’ Ze wijst op een project dat De Jonge opzette, om eenzaamheid onder Rotterdamse ouderen te verminderen. ‘Hij stelt hoge doelen voor zichzelf, waar duidelijke ideeën achter zitten.’

Op de Da Costa School zijn ze trots dat hún oud-collega nu vicepremier is. In 2000 ging De Jonge er aan de slag als adjunct-directeur en als leerkracht; daarvoor werkte hij een tijdje op een andere christelijke basisschool in Rotterdam. Op de Da Costa School was het meteen duidelijk dat De J­onge niet z’n leven lang meester zou blijven, zegt directeur Pia Poot. Politiek had toen al zijn interesse. De Jonge deelde regelmatig plaagstootjes uit: ‘Ik stemde PvdA. Als er dan iets in het nieuws was, kreeg ik te horen: dat heeft jouw partij weer gedaan.’

De Jonge kan hard zijn, als het moet, zegt Poot. Hij heeft samen met de toenmalige directeur orde op zaken gesteld op de school, onder meer op het gebied van kwaliteit. ‘Dan kan hij heel stellig zijn dat iets moet veranderen. Als dat negen van de tien keer blijkt te werken, dan houdt de weerstand wel op. We merkten al snel dat het veel rustiger werd op school, dat er minder conflicten waren en dat de resultaten verbeterden.’

Gelovige jongen
Zijn omgeving kent Hugo de Jonge als een ‘gelovige jongen’. Hij plaatst dat in zijn werk niet op de voorgrond, zegt Joost Eerdmans. ‘Maar ik heb wel de indruk dat hij erdoor begeistert is.’ In zijn eigen kerk was hij eerder ouderling-kerkrentmeester, nu zit zijn vrouw Mireille alweer geruime tijd in de kerkenraad. ‘En hij houdt van muziek. Hugo zingt heel graag’, zegt Van Bijsterveldt.

Het geloof werd hem met de paplepel ingegoten. Zijn 69-jarige vader, Rien de Jonge, is emeritus-predikant in de Protestantse Kerk, en actief bij de Confessionele Vereniging.

Zijn geloof en zijn werk als politicus hebben voor Hugo de Jonge alles met elkaar te maken, zegt zijn gemeentepredikant Bert Davelaar van de protestantse Oude Kerk in Rotterdam-Charlois. ‘De verantwoordelijkheid voor mens en wereld is voor hem een roep van Godswege.’ Dat merkt de predikant na de diensten. Als hij heeft gebeden voor de overheid, bedankt De Jonge hem daarvoor. Tenzij hij verplichtingen heeft, is De Jonge op zondag altijd met zijn gezin in de kerk. De zondag na de installatie van de nieuwe regering zal de predikant de nieuwe minister niet expliciet noemen in zijn gebed. ‘Ik zal het hele kabinet memoreren, in het bijzonder de medechristenen die daarin zitten.’

Binnen het CDA hoort De Jonge tot de meer orthodox-christelijke flank. Dat het CDA de C niet meer liet klinken, stoorde hem, weet Davelaar. ‘Hugo zit niet bij het CDA omdat het zo’n mooie middenpartij is.’ Toch sluit hij zich niet aan bij een ‘getuigenispartij’ als de ChristenUnie. ‘Hij is een echte bestuurder en wilde verantwoordelijkheid dragen voor de stad. Hij wil daar middenin staan.’ Al gaat dat gepaard met compromissen. ‘Je gaat niet de politiek in om aan de kant te staan, maar om een bepalende factor te zijn’, zei De Jonge daar zelf over, in een interview met het Nederlands Dagblad in 2015. ‘Voor de oppositie ben ik niet gemaakt. In de huidige politieke constellatie speelt de ChristenUnie haar rol knap uit, maar je moet groter zijn om dat duurzaam te kunnen doen.’

Broer Marien zegt dat het opkomen voor anderen met hun hele opvoeding verweven was. ‘Mijn ouders waren altijd druk met vluchtelingen, nog steeds overigens. Als er mensen bij ons aanklopten, moest er beslist iets geregeld worden. Dat hebben we meegekregen: Gods Woord in de praktijk brengen, er zijn voor de ander. Dat past ook heel erg bij Hugo: hij houdt niet van de theorie. Waar mijn vader alles heel goed kan uitleggen, wil Hugo zijn geloof vooral praktisch uitdragen.’

In christelijke kring was er niettemin soms kritiek op de stellingnames van de nieuwe vicepremier. ChristenUnie/SGP in Rotterdam had aanvaringen met De Jonge over zijn optreden tegen thuisonderwijs en over zijn besluit dat Rotterdamse buurthuizen niet langer gebruikt mochten worden voor kerkdiensten. ‘Daarvan begrijp ik de argumentatie nog steeds niet’, zegt fractievoorzitter Setkin Sies. ‘Blijkbaar wilde hij voorkomen dat buurthuizen het imago van een kerk of een moskee krijgen. Maar ook een klaverjasvereniging kan zo dominant worden dat niemand er meer naartoe wil.’ Duidelijk is in elk geval dat De Jonge weet wat hij wil, en het conflict niet schuwt. Sies denkt dat De Jonge een goede minister kan worden, omdat hij ­aimabel is, hard werkt en een enorme dossierkennis heeft. ‘Ik denk dat hij een van de gezichten van het nieuwe kabinet kan worden.’

De Jonge kan weleens de smeerolie zijn die het nieuwe liberaal-christelijke kabinet nodig heeft, denkt Joost Eerdmans. ‘Korzeligheid kent hij niet.’ Ook de lastige medisch-ethische portefeuille ligt op zijn bordje. ‘Wat daarover in het regeerakkoord staat, is een huzarenstukje’, vindt Marja van Bijsterveldt. ‘Maar voor de uitwerking daarvan zal Hugo al z’n politieke sensitiviteit nodig hebben. Het zal niet altijd makkelijk zijn, en het zal ook weleens níét goed gaan. Maar toch: als iemand het moet kunnen, is het Hugo. Hij begrijpt hoe mensen vanuit een religieuze achtergrond denken, maar ziet ook dat in de samenleving van nu religie niet meer voor alles maatgevend is. Ik denk dat Hugo de breedte heeft om ook rond dit thema de verbinding te zoeken, met zowel z’n stedelijke als kerkelijke achtergrond.’

Eerdmans adviseert de nieuwe minister om zich juist niet te profileren op medische ethiek. ‘Met alle respect: wat daarover in het regeerakkoord staat, is één grote doorschuifoperatie. Het beste kan hij niks doen. En als er toch problemen komen, dan moet hij vooral dempen. En dat kan hij goed. Hugo grijpt snel de telefoon, en zorgt dat iets niet gierend uit de hand loopt.’

IJdelheid
Heeft Hugo de Jonge ook zwakke kanten? Zijn ongeduld, zegt Van ­Bijsterveldt. Maar is dat per se ongunstig, vraagt ze zich hardop af. ‘Hij is veeleisend, ook naar zichzelf.’ Eerdmans wijst op De Jonges ijdelheid. ‘Die is ons allemaal niet vreemd.’ Op het Rotterdamse stadhuis worden wel grappen gemaakt over ‘de föhn van Hugo’. ‘Hij ziet er altijd gelikt uit. Maar zijn voorkomen is gladder dan de echte Hugo.’ Eerdmans moest zijn eerste indruk al eens bijstellen. ‘Hij heeft bravoure en humor, maar ook kennis en bedachtzaamheid. Een jongen van de pabo, die niet onderdoet voor academici.’ Eerdmans’ advies aan De Jonge: niet allerlei dingen gaan instuderen. ‘Gewoon Rotterdams blijven. En een mooi pak en kekke schoenen blijven dragen; grijze muizen hebben we genoeg in de politiek.’

Broer Marien zegt dat Hugo graag praat. ‘Hij kan wel luisteren hoor, maar hij is enthousiast en zit vol van waarvoor hij staat. Daarmee kan hij op sommige mensen misschien wel dominant overkomen. Maar dat is nooit kwaad bedoeld.’ De familie is ‘heel trots’ op broertje Hugo. ‘Maar we zijn ook nuchter hoor, we blijven protestanten. We gaan nu kijken hoe hij het er afbrengt.’ 

Tekst: Gerard Beverdam en Eduard Sloot
Beeld: ANP