mijn dag

Nieuws
04 april 2018 geplaatst
Tekst Freek Houweling

Wat is nu wèl het verschil tussen katholiek en protestant?

BEAM, het jongerenplatform van de EO, probeerde woensdag antwoord te geven op de vraag wat het verschil is tussen katholieken en protestanten. Maar het medium sloeg de plank zodanig mis dat het na de nodige klachten op sociale media het artikel al binnen korte tijd moest verwijderen. Dag6 doet een nieuwe poging.

Het artikel van BEAM gaf in ieder geval een prachtig overzicht van de vooroordelen die nog steeds in delen van het Nederlandse protestantisme leven tegenover de rooms-katholieke kerk.

De eindredacteur van BEAM gaf op Twitter ruiterlijk toe dat men de plank had misgeslagen en kondigde 'binnenkort een artikel waarin we katholiek en protestant de vraag stellen wat we van elkaar kunnen opsteken!' aan.

Maar omdat de verschillen ook niet onder het vloerkleed geschoven mogen worden, doen we bij Dag6 een eigen poging - door een katholiek en een protestant samen.

Want het is ook niet makkelijk meer om de verschillen goed te duiden in deze voor sommige rigide hersenpannen verwarrende tijden van oecumenische toenadering. De verschillen zijn niet altijd even helder meer, en katholiek en protestant staan niet meer lijnrecht tegenover elkaar.

Overeenkomsten
Over het meest wezenlijke zijn we het eens: de kern van het christelijk geloof. Het is goed om daarmee te beginnen.

De God van Israël heeft zich in de persoon van Jezus van Nazareth op unieke en definitieve wijze aan de wereld kenbaar gemaakt. Hij heeft zelfs deel van die wereld willen zijn en haar uit de doodlopende weg van zonde en afgescheiden zijn van Gods liefde willen bevrijden.

We vieren deze ‘incarnatie’ met Kerstmis. Dit verlossende handelen van God vindt zijn voltooiing in het lijden en verrijzen van Christus met Pasen. En met Pinksteren vieren we dat zijn Geest sindsdien bij ons is en in ons woont.

Deze God laat zich dus kennen als Vader, Zoon en Geest. Wij bidden tot hem, verkondigen zijn blijde boodschap voor de wereld en pogen Christus na te volgen en zo het 'Rijk Gods', de wereld zoals God die beloofd heeft, aan het licht te brengen.

Gered worden
In de 16e eeuw ontstond er een conflict tussen de katholieke monnik Maarten Luther en de leiding van de rooms-katholieke kerk. Dit conflict spitste zich toe op de vraag hoe de mens verlost wordt.

Grofweg kwam het verschil er op neer dat men aan protestantse kant zei: door Gods genade alleen, want door het geloof word je gered. Aan rooms-katholieke zijde klonk: door genade en door goede werken. Dit leidde uiteindelijk tot een kerkscheuring tussen wat later de ‘rooms-katholieke kerk’ en de ‘protestantse kerken’ is gaan heten.

In 1999 ondertekenden lutheranen en rooms-katholieken een theologische overeenkomst waarin de verschillen werden bijgelegd.  Deze overeenkomst is inmiddels ook ondertekend door gereformeerden/hervormden, anglicanen en methodisten.

Al deze protestanten en katholieken zijn het er nu over eens: de mens wordt door Gods vrije genade gered. En de goede werken die de mens verricht zijn de vruchten van deze genade en maken onlosmakelijk deel uit van het christelijk leven. Accentverschillen op dit belangrijke punt bestaan nog wel, maar worden niet meer als kerkscheidend gezien.

Ondanks deze fundamentele overeenstemming op dit belangrijke punt waar alles mee begon, zijn er sinds de 16e eeuw andere twistpunten aan de oppervlakte gekomen die deels nog steeds bestaan.

Bijbel
Het is een hardnekkig vooroordeel dat de rooms-katholieke kerk het lezen van de Bijbel verbood. Luther was niet de eerste die de Bijbel vertaalde. Wel is het zo dat Luther een grotere nadruk legde op de autoriteit van de Bijbel.

‘Sola scriptura’, klonk het bij de reformatoren uit de 16e eeuw: slechts door de Schrift komen wij aan kennis over God. En dus niet ook – zoals de katholieke kerk leert – door het filosofisch denken.

De verschillen op dit punt zijn inmiddels ook voor een groot deel overbrugd. Sinds de 16e eeuw stonden veelal twee extreme posities tegenover elkaar. Protestanten beleden dat de Schrift de enige bron van de goddelijke openbaring is. De rooms-katholieke traditie sprak over twee bronnen: de Bijbel en de (kerkelijke) traditie (lees: paus en bisschoppen).

Sinds tientallen jaren is hier aan beide kanten voortschrijdend inzicht geweest. Allereerst beseffen de meeste protestanten dat Schrift en traditie niet tegenover elkaar gezet kunnen worden. De Schrift is niet uit de hemel komen vallen en is allereerst zelf het gevolg van kerkelijke tradities. De vier evangeliën gaan bijvoorbeeld terug op vier verschillende kerkelijke tradities.

En aan rooms-katholieke zijde is het inzicht verdiept dat de kerkelijke traditie niets aan de goddelijke openbaring toevoegt, maar slechts telkens op nieuwe wijze uitlegt, dankzij aloude en vernieuwde inzichten, wat de Schrift ons leert. Traditie is dus ontplooien van wat de Bijbel zegt.

Aan protestantse kant wordt er wel met wenkbrauwen gefronst wanneer de katholieke kerk in de Bijbel zaken zegt te lezen die bijvoorbeeld ‘de onbevlekte ontvangenis van Maria’ betreffen of ‘de onfeilbaarheid van de paus’. Kan dat inderdaad vanuit de Schrift gedacht worden?

Paus, priesters en dominees
De rooms-katholieke kerk is hiërarchisch gestructureerd met de bisschop van Rome (de paus) als opvolger van Petrus en ‘plaatsbekleder’ van Christus.

Ook voor katholieken is Christus het hoofd van de Kerk. Daarover zijn katholieken en protestanten het eens. Alleen geloven katholieken dat Christus de leiding over zijn kerk aan de apostelen heeft overgedragen en dat de bisschoppen (waaronder de bisschop van Rome) de opvolgers zijn van de apostelen. Zij zijn dus verantwoordelijk voor de doorgave van het geloof dat de kerk van de apostelen ontvangen heeft.

In de vroege kerk kregen deze bisschoppen helpers, omdat hun geloofsgemeenschappen te groot werden. Deze priesters en diakens hielpen de bisschoppen bij de verkondiging, de liturgie, de sacramenten en de dienst aan de armen.

anp-35023161.jpg

Paus Franciscus bij zijn bezoek aan de lutherse kerk in Rome (november 2015)

In de 16e eeuw was die oude traditie volledig scheef gegroeid. Bisschoppen maakten niet zelden misbruik van hun macht. Luther poogde het bisschopsambt nog te herstellen, maar dat lukte hem slecht. Calvijn, die enkele jaren na Luther in Genève als reformator werkzaam was, deed de hele katholieke ambtsstructuur op de schop. Volgens hem zijn er vier kerkelijke ambten: predikant, ouderling, diaken en leraar. Volgens Calvijn doet deze vierdeling het meeste recht aan de Bijbel. De meeste gereformeerde kerken kennen dan ook geen bisschopsambt.

De dialoog tussen protestanten en katholieken spitst zich dan ook toe op de vraag of er in de Bijbel een structuur vastgelegd ligt, of dat de praktijk van de vroege kerk juist leidend moet zijn. In beide gevallen hecht men eraan dat het ambt garant staat voor de verkondiging van het ‘apostolische geloof’.

De paus heeft binnen de rooms-katholieke kerk als taak om de eenheid te dienen. Hij draagt zorg voor de universaliteit van de kerk en de trouw van de kerk aan de christelijke leer. Daartoe heeft hij in de katholieke kerk ook middelen in handen gekregen om dat desnoods af te dwingen. In zekere zin heeft hij in dit soort zaken een absolute macht, maar hij kan dit niet doen buiten de gemeenschap met de andere bisschoppen en het gelovige volk.

Aan protestantse zijde bestaat er geen universeel ambt. Kerken zijn vaak lokaal of nationaal georganiseerd, en zo bestaan er ook grote verschillen tussen verschillende protestantse kerken.

Maria en de heiligen
Aan Maria en de heiligen is in de rooms-katholieke traditie, met name in het ‘volksgeloof’ nogal wat wonderbaarlijks toegeschreven. Luther en Calvijn protesteerden daar in de 16e eeuw heftig tegen.

Ook de rooms-katholieke kerk erkent dat er in dit opzicht overdrijvingen hebben plaatsgevonden. Katholieken en protestanten geloven beiden dat Maria de moeder van Jezus is. Luther noemde Maria dan ook met nadruk ‘Moeder van God’ een titel die sinds 431 in de christelijke traditie gebruikelijk is. Maria wordt door katholieken niet aanbeden (want alleen God kan aanbeden worden), maar wel vereerd 'omdat de Heer grote dingen aan mij gedaan heeft', zoals Maria in het evangelie van Lukas zegt.

Zowel katholieken als protestanten geloven dat alle gedoopten in het Bijbelse taalgebruik ‘heilig’ genoemd worden, en ‘geheiligd’ zijn. Ook geloven zij dat er binnen de kerkgeschiedenis bijzondere christenen zijn geweest die op bijzondere wijze getuigd hebben van hun geloof.

De rooms-katholieke kerk heeft de praktijk ontwikkeld om enkelen van hen speciaal ten voorbeeld te stellen middels een zaligverklaring of heiligverklaring.

Katholieken kennen ook de traditie van het gebed tot Maria en de andere heiligen. Dit is een gebed waarin aan deze ‘voorgangers in het geloof’ gevraagd wordt om met ons en voor ons te bidden – zoals wij ook voor elkaar kunnen bidden.

Protestanten sluiten deze vorm van gebed ‘op voorspraak’ over het algemeen uit. Omdat er geen Bijbelse grondslag voor deze praktijk bestaat, vinden zij dat het gebed het best of uitsluitend tot God gericht kan worden. Vaak eindigen protestanten het gebed daarom met een beroep op Jezus. Ook in de officiële rooms-katholieke liturgie wordt vrijwel uitsluitend tot God de Vader gebeden, ‘door de Zoon, in de Heilige Geest’.

Sacramenten
De rooms-katholieke kerk kent op dit moment 7 sacramenten: doop, eucharistie (avondmaal), vormsel, huwelijk, wijding (tot diaken, priester of bisschop), verzoening/vergeving (biecht), ziekenzalving. Dit aantal is historisch zo gegroeid en in de 16e eeuw definitief vastgelegd. De protestantse kerken erkennen over het algemeen slechts twee van deze sacramenten: doop en avondmaal, al weer omdat zij geen heldere Bijbelse basis zien voor de andere vijf – hoewel deze in de Bijbel volgens de katholieke kerk wel worden aangeduid. Praktijken als ziekenzalving kunnen in protestantse kerken ook voorkomen, maar dit wordt niet als sacrament gezien - net zoals bijvoorbeeld het huwelijk.

Protestanten geloven samen met katholieken dat in de sacramenten God ons werkelijk nabij komt en in ons werkt. De twee sacramenten van doop en eucharistie (die protestanten en katholieken delen) gelden ook binnen de katholieke traditie als de twee meest wezenlijke van de zeven.

Over de vraag of Christus ‘werkelijk aanwezig’ is in het avondmaal/eucharistie bestaat een groeiende overeenstemming. Lutheranen en rooms-katholieken hebben kunnen vaststellen dat er over deze vraag geen kerkscheidend verschil meer bestaat: beiden geloven dat Christus in het avondmaal/eucharistie onder de gedaanten van brood en wijn aanwezig is en lichaam en bloed voor ons is.

Aan rooms-katholieke zijde is het oude besef dat dit niets zegt over moleculen en atomen, maar over de essentie, het wezen van het brood en de wijn, inmiddels ook weer gemeengoed geworden. Gereformeerden/hervormden denken hierover over het algemeen wat anders dan lutheranen en spreken veelal over een ‘symbolische aanwezigheid’, maar ook daar beweegt op dit moment het een en ander.

Na de dood
Na de dood komt de mens voor God te staan. Dat geloven katholieken en protestanten samen. De katholieke traditie heeft vanaf de middeleeuwen naast de hemel en de hel (waarvoor Bijbelse aanwijzingen bestaan) ook het idee van een ‘vagevuur’ ontwikkeld.

De term vagevuur is verwarrend en zet eigenlijk op het verkeerde been. De officiële, Latijnse term is ‘purgatorium’. Hedendaagse katholieke theologen zien dit als een troostrijke mogelijkheid om ook na de dood nog in geloof te kunnen groeien en het eeuwige heil te bereiken. Het is niet zozeer een ‘plek’ waar de zielen zullen zijn, maar meer een (groeiende) ‘staat’ waarin zij zich bevinden.

Voor protestanten is dit wegens het ontbreken van een helder Bijbels fundament ondenkbaar.

Kerkscheidend?
Bij al deze verschillen (en er zijn er nog wel meer, bijvoorbeeld in de wijze waarop de liturgie gevierd wordt) blijft de belangrijkste oecumenische vraag: welke verschillen zijn verdraagbaar en welke niet? Sommige van deze verschillen maken het (nog?) niet mogelijk om tot een (pluriforme) kerk samen te groeien. Andere verschillen zijn binnen zo'n grotere kerkelijke gemeenschap verdraagbaar.

En precies daarover gaat de huidige oecumenische dialoog. Vanwege de eenheid van Christus en zijn blijde boodschap.

Hendro Munsterman is rooms-katholiek theoloog en journalist bij het Nederlands Dagblad. Freek Houweling is betrokken bij een lutherse gemeente in de PKN, en online marketeer bij Dag6.

Freek Houweling
Vakmens Politiek Geloof Samenleving

Dag6 brengt dagelijks nieuws, achtergronden en verhalen gemaakt door mensen die geloven. In god en in de wereld.