mijn dag

Nieuws
31 mei 2018 geplaatst

Vier jaar geleden kreeg Stefan (28) kanker. Zo ging hij daar mee om.

Het is maandag 15 juli 2013. Stefan Vink-Du Preez (24) zit tegenover de internist in het Radboud UMC in Nijmegen. Hij is nog steeds verrast over de haast van alles. Via een computerscherm laat de internist de uitslagen van de scans zien. Stefan observeert zijn rechterschouder waarin een groot aantal gloeiende witte klodders zich nestelde. Dan richt hij zich tot zijn vrouw Juan-Mari die naast hem zit: ‘Nu ken je me pas echt van binnen en buiten.’

De donderdag daarop zitten ze er weer. Er bestaat geen twijfel meer: Stefan heeft Hodgkin, een vorm van lymfeklierkanker. Stefan en Juan-Mari hadden dit ergens al zien aankomen. ‘We hebben van alles gelezen op het internet en toen Stefan mij de knobbel onder zijn rechteroksel liet zien, had ik net een tentamen over het lymfestelsel van de mens achter de rug. Ik vertrouwde het niet.’ Juan-Mari studeert laboratoriumonderwijs. In een paar weken tijd ondergaat Stefan een echo, een röntgenfoto van zijn longen, een bloedtest en een CT-scan. Daarop volgt nog een PET-scan en een operatie voor de biopsie van de knobbel onder zijn oksel en een tweede knobbel die de huisarts in zijn hals ontdekt.

95 procent Stefan heeft een kans van 95 procent dat hij over acht jaar nog leeft.

Hij heeft een kans van 95 procent dat hij over acht jaar nog leeft. Stefan beseft dat er ook een kans bestaat dat hij de kanker niet zal overleven. ‘Dat vind ik geen fijne gedachte, maar daar blijf ik niet bij stilstaan. Ik vertrouw op God, want zelfs al ga ik dood, dan kom ik nog goed terecht in de hemel.’ De komende weken volgen er nóg meer onderzoeken en afspraken om de behandelingen voor te bereiden. Tijd om over alles na te denken, is er niet. ‘We zetten de overlevingsstrategie in.’

Een paar dagen na de definitieve diagnose ontdekt Juan-Mari dat ze zwanger is. ‘Shit, nee! Dit wil ik écht niet!’ gaat er door haar heen. De prikpil heeft zijn werk niet gedaan. ‘En nu Stefan ziek is, bestaat de kans dat ik de baby alleen moet opvoeden.’ Ze vertelt het nieuws aan Stefan. Hij vindt de timing niet praktisch. Toch heeft hij er al snel vrede mee: ‘Ik heb altijd al een kinderwens gehad, dus nu heb ik nóg een reden om beter te worden.’ Samen besluiten ze het nieuws de komende tijd nog voor henzelf te houden. ‘De broer van Stefan gaat over een paar maanden trouwen en we willen niet nog meer aandacht van de bruiloft wegnemen.’

ddmeijer_dag6_jenk_01.jpg

Na een maand voelt Juan-Mari zich zo ziek door de zwangerschap dat ze besluit te stoppen met haar studie. Ze denkt terug aan de profetie die Stefan en zij eind april kregen. Ze zaten bij de christelijke jongerenorganisatie Soul Survivor als leiding in de bediening: heel het jaar door waren ze druk bezig met de voorbereidingen van de diensten. Met vele anderen waren ze daar ook op zoek naar wonderen, zoals directe genezing door God voor anderen. ‘Meerdere mensen baden daar voor ons op verschillende momenten. Die mensen gaven ons het idee dat ons leven ingrijpend zou gaan veranderen. Het is lastig te zeggen hoe ze dit wisten. Iedere persoon ervaart God op zijn eigen manier, de één gebruikte een beeld, een ander een woord.’ Stefan: ‘Dit bevestigde ons gevoel dat ons leven ingrijpend zou veranderen. Waar dat gevoel vandaan kwam is niet duidelijk en daarom koppelde wij God daaraan.’

Er zou iets gebeuren, iets drastisch. ‘Wat kan er nou zo erg zijn?’ vroeg Juan-Mari zich af. Nu beseft ze dat ze, door God, minder geschokt waren toen Stefan ziek werd. Ze stoppen met het werk voor Soul Survivor. Stefan en Juan-Mari geloven dat God Stefan zal genezen en daarvoor gebruik zal maken van doctoren. Het stel ervaart al snel de rust die God hen geeft in het dagelijks leven. Het contact met vrienden verwatert. Deels omdat ze nu geen energie hebben om iedereen telkens te vertellen hoe het gaat en deels doordat veel vrienden niet weten hoe ze in deze moeilijke tijd moeten reageren.

ddmeijer_dag6_jenk_06.jpg

Stefan ligt op bed in een privékamer met een infuus in zijn hand. Het is tijd voor een vloeistof die geen daglicht mag zien, want dat houdt de werking tegen. Zilverfolie bedekt de aansluitingslijn van de zak. Stefan krijgt een warme doek over zijn arm gelegd, dat moet helpen tegen de pijn. Hij zet zich schrap. Een stekende pijn schiet door zijn arm, alsof zijn aderen in brand staan. Juan-Mari ziet zijn gezicht wit wegtrekken. Hij voelt zich beroerd en een beetje misselijk. De dagen daarna ligt Stefan bijna alleen maar te slapen. Voor de volgende keren maakt Juan-Mari mede daarom in overleg met de arts een week van tevoren kruidendrankjes die Stefan, zij het soms met tegenzin, opdrinkt.

Dit helpt. De volgende vijf behandelingen heeft hij minder last van bijwerkingen. Ook neemt hij stoombadjes met kruiden zoals salie om ervoor te zorgen dat hij geen ziektes uit zijn omgeving oppikt. De chemo’s weerhouden Stefan er niet van om te beginnen aan zijn vervolgstudie, docent dierenverzorging. ‘Maandag en dinsdag loop ik stage, woensdag onderga ik een chemokuur en zowel donderdag als vrijdag slaap ik dag en nacht. De maandag en dinsdag vertoon ik me weer op mijn stage, deze woensdag ben ik vrij en de donderdag en vrijdag ga ik naar school’. Zo gaat de routine door tot en met de laatste chemo. Op de school waar Stefan stage loopt, hebben de leerlingen geen idee dat hij ziek is. Alleen zijn haar dunt wat uit.

31 augustus 2013, de dag na de bruiloft van zijn broer, vertellen Stefan en Juan-Mari aan hun familie dat ze een baby verwachten. Een maand later ondergaat Stefan de laatste chemo, waarna ze in het weekend voor twee weken samen met de ouders van Stefan naar familie van Juan-Mari in Zuid-Afrika vertrekken. Deze reis is het eerste moment dat het even niet om Stefans ziekte draait én het moment dat Juan-Mari accepteert dat ze moeder wordt. ‘Maar alles wat er is gebeurd tijdens mijn zwangerschap heeft net zoveel impact gehad op mij als op ons kindje. De eerste maanden was ze niet gewenst, daar voel ik me nog steeds schuldig over, want dat heeft ze niet verdiend.’

Eenmaal terug in Nederland begint de bestraling. Stefan ligt op de tafel en de mal die ze eerder al hebben gemaakt, leggen ze over zijn torso. Zo kan hij goed stil liggen en kunnen de artsen de bestraling op de juiste plek richten. Stefan ontspant zich, denkt aan alledaagse dingen en dan is het al gebeurd. Nog veertien keer moet Stefan op en neer, met de taxi voor zittend ziekenvervoer, naar het Radboud UMC voor de radiotherapie. Juan-Mari blijft zich verder verdiepen in de genezende werking van kruiden en planten. Ze besluiten samen om gezonder te eten. Stefan en Juan-Mari raken geen magnetron meer aan. ‘Hij heeft nu wel genoeg straling gehad.’

'Soms vraag ik me af of het feit dat ik kanker heb gehad, mij emotioneel niets deed, of dat die klap nog moet komen.'
Stefan

Eind 2017 zit Stefan naast zijn vrouw op de bank in hun huis in Bodegraven. De door de chemo aangetaste aderen zijn nog duidelijk zichtbaar op zijn armen. Inmiddels is Stefan docent dierenverzorging en hebben hij en Juan-Mari drie kinderen. Stefan is schoon van kanker maar heeft door de behandelingen nu wel last van andere lichamelijke klachten. Ze geloven dat God in elke situatie op een andere manier kan helpen. ‘Hoe zeer we geloofden dat God Stefan zou genezen door dokteren, zo ernstig geloven we nu dat we verder moeten kijken. We hebben een eigen volkstuin waarin we veel voedsel en kruiden verbouwen. We geloven dat deze een helende werking kunnen hebben.’

Stefan voelt nog altijd de effecten van de chemokuren. ‘Mijn darmen functioneren slecht en ik krijg steeds meer last van vermoeidheid en concentratieproblemen.’ Hij beseft dat hij als jongere veel heeft meegemaakt. ‘Soms vraag ik me af of het feit dat ik kanker heb gehad, mij emotioneel niets deed, of dat die klap nog moet komen. Maar als ik een film over de ziekte kijk, raakt het me wel en kan ik met de hoofdpersoon meeleven.’

Op de plek waar hij bestraald is, liet Stefan een tattoo zetten. ‘Leven’, leest het in het Hebreeuws.

Tekst en beeld: Deborah de Meijer