mijn dag

Nieuws
2 uur geleden geplaatst

Hoe het asielbeleid beter kan voor kinderen

Na de draai van het CDA is een meerderheid in de Tweede Kamer voor een ruimhartiger kinderpardon. De procedure kan voor asielkinderen een stuk aangenamer, zeggen vijf deskundigen. ‘Er wordt in Den Haag met kinderen een politiek spelletje gespeeld’, meent Hevien Dahly (20) die de jaren van onzekerheid zelf meemaakte

de jurist

Het kinderpardon heeft een lange geschiedenis, zegt Carolus Grütters, onderzoeker aan het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit in Nijmegen. In de jaren tachtig bedacht de overheid de regel: als een asielprocedure langer dan drie jaar duurt, berusten we in het verblijf van de vreemdeling. ‘Zo was er een stok achter de deur om tijdig te beslissen.’ In 2002 schafte het demissionaire eerste kabinet-Balkenende dit af waardoor procedures langer konden duren. Tegelijk groeide de capaciteit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) niet mee. ‘Zo heeft de overheid zelf wachtlijsten gecreëerd’, legt Grütters uit. De Pardonregeling uit 2007 moest die achterstanden wegwerken en in 2012 volgde het kinderpardon.

Het doel van het kinderpardon was, zoals het in de Staatscourant stond: kinderen mogen niet de dupe worden van een lange procedure, ongeacht wiens schuld dat is. Vervolgens besloot VVD-staatssecretaris Fred Teeven echter de regels zo restrictief mogelijk uit te leggen en kreeg het veelbesproken ‘meewerkcriterium’ zijn huidige invulling, waardoor slechts een handjevol mensen er gebruik van kon maken. Wie wel meewerkt vertrekt, wie niet meewerkt aan zijn uitzetting voldoet niet aan de criteria. ‘Het gaat om een beleidsregel. In Nederland mag de rechter zich niet over de inhoud daarvan uitspreken. De rechter toetst alleen of de beleidsregel correct is toegepast.’

Wat betreft Grütters moet de capaciteit van de IND vergroot worden. Daarnaast zou er weer een maximale termijn moeten komen voor procedures. ‘Die kun je bij drie of vijf jaar leggen: je moet ergens een grens trekken. Als het langer duurt, dan ontstaat er met name bij kinderen ernstige schade en dat is iets wat je behoort te voorkomen.’

Ten slotte zou de kinderpardonregeling in de wet moeten worden opgenomen. Daarmee kan de regeling consistenter worden gemaakt en de rechter kan deze dan voluit toetsen. Ook zou Nederland het klachtenprotocol bij het kinderrechtenverdrag kunnen ratificeren, zegt Grütters. ‘Dan kunnen mensen een klacht indienen bij het Kinderrechtencomité, dat een gezaghebbende uitspraak kan doen. Zo wordt de rol van de onafhankelijke rechter in ere hersteld. En dat biedt politici de mogelijkheid om uit te leggen: ik zou dit gezin wel willen uitzetten, maar het mag niet van de rechter.’

de orthopedagoog

Stress, angst, depressie, slaapproblemen en het gevoel niets waard te zijn. Asielkinderen die jarenlang in onzekerheid leven, zijn niet te benijden, zegt Elianne Zijlstra, orthopedagoog aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2003 is ze betrokken bij onderzoek naar het welbevinden van deze asielkinderen. Ze sprak veel van de duizend kinderen die de universiteit in die tijd heeft gevolgd. Zijlstra is een van de auteurs van Schaderisico bij uitzetting langdurig verblijvende kinderen, een rapport van 38 hoogleraren dat de afgelopen weken een belangrijke rol speelde in de discussie over het kinderpardon.

Kinderen hebben behoefte aan stabiliteit, continuïteit en een gunstig toekomstperspectief, zegt ze. Bij veel asielkinderen zijn deze ingrediënten voor een gelukkig leven afwezig. De kans elk moment uitgezet te worden, legt een grote druk op hen. Ze verhuizen vaak. Zijlstra zag kinderen, meestal de oudsten, die gingen zorgen voor hun getraumatiseerde ouders en broertjes en zusjes. Velen beheersen de Nederlandse taal beter dan de taal uit het land waar zijzelf of hun ouders vandaan komen. De Nederlandse normen en waarden zijn onderdeel van hun identiteit geworden. ‘Veel asielkinderen concentreren zich op school. Hoe beter ik presteer, hoe groter de kans dat ik mag blijven, denken ze.’

Hoe lang kunnen asielkinderen in Nederland blijven, zonder schade? Die vraag is moeilijk te beantwoorden, zegt de orthopedagoog. Het ene gezin heeft meer traumatische ervaringen gehad dan het andere, het ene kind is veerkrachtiger dan het andere. In het document waarvan Zijlstra medeauteur is, wordt een vergelijking gemaakt met de pleegzorg. Daar geldt een wettelijke termijn van een jaar. ‘Een kind dat een jaar of langer verblijft in een gezin mag je niet zonder meer verplaatsen. Daarvoor is het te verworteld geraakt. In het kinderpardon ligt die wettelijke termijn veel hoger, op vijf jaar.’

Zijlstra’s advies aan de politiek: laat asielzoekersgezinnen na deze periode, vanwege het belang van een gezonde ontwikkeling van de kinderen, in ons land blijven.

Over het algemeen geldt volgens haar dat het voor kinderen die niet mogen blijven, beter is hen zo snel mogelijk te laten terugkeren naar het land van herkomst.

de hersenwetenschapper

Langdurig in onzekerheid levende kinderen raken ‘levenslang gehandicapt’, zegt Dick Swaab. De arts en neurobioloog, bekend door zijn boek Wij zijn ons brein, onderzocht de ontwikkeling van hersenen van kinderen die na een periode van lange verwaarlozing in pleeggezinnen terechtkwamen. Net als asielkinderen ervaren zij chronische stress.

Bij geboorte heeft een kind een derde van het hersengewicht van een volwassene. Zijn brein komt tot ontplooiing in een warme, veilige en stimulerende omgeving. ‘Maar asielkinderen leven onder een permanente druk. Ze maken steeds cortisol aan, een stresshormoon dat bij panieksituaties zorgt dat iemand gaat vechten of vluchten. Het remt echter ook de ontwikkeling van hersenen.’ Deze asielkinderen maken minder ‘grijze stof’ aan – hersencellen – en ‘witte stof’, de verbindingen tussen deze cellen.

Stress verandert ook het dna van hersenen. Er worden chemische stofjes aangemaakt die maken dat mensen angstiger zijn en vatbaarder voor depressies. De prefrontale cortex, een deel van de hersenen dat ordening aanbrengt, raakt aangetast waardoor asielkinderen moeilijker hun impulsen kunnen beheersen. Leren is voor hen ook een stuk lastiger.

Voor de hersenen is het beter wanneer asielkinderen zo snel mogelijk duidelijkheid hebben, aldus Swaab. ‘Jaren van onzekerheid en de schade die dat aanricht, leiden tot de conclusie dat de asielprocedures korter moeten. Dat lijkt me helder.’

de ontwikkelingspsycholoog

Het gevoel erbij te horen is een van de belangrijkste levensbehoeften voor kinderen. Dat zegt Susan Branje, hoogleraar ontwikkeling en socialisatie in de adolescentie aan de Universiteit Utrecht. ‘Als kinderen langer dan vijf jaar niet zeker weten of ze ergens mogen zijn, ondermijnt dat een gezonde ontwikkeling.’

Branje doet onderzoek naar de identiteitsontwikkeling van kinderen met meerdere thuissituaties, bijvoorbeeld na een scheiding of uithuisplaatsing. Er is steeds meer aandacht gekomen voor wat kinderen nodig hebben in die situaties. ‘Uithuisplaatsing proberen we bijvoorbeeld steeds meer te voorkomen, onder meer door het organiseren van extra steun aan de ouders.’

Het kinderpardon heeft een vergelijkbare achtergrond. ‘Asielkinderen hebben niet om hun situatie gevraagd en mogen niet het slachtoffer worden van keuzes van anderen.’ Is een asielprocedure van vijf jaar het maximum? Branje: ‘Hoe korter de periode van onzekerheid, hoe beter. Maar ergens moet je een grens trekken.’

Het zal per kind verschillen in hoeverre het bij terugkeer naar het land van herkomst kan aarden, zegt ze. ‘Als ze terechtkomen in een omgeving met veel familie, vrienden en kennissen, is de kans groot dat het lukt. Maar het probleem is juist dat de situatie van deze gezinnen in het land van herkomst meestal onstabiel is.’ 

190125224037.img-p04fotohevien1.shrink.1280x0.jpg

de ervaringsdeskundige

Hevien Dahly (20) werd geboren in Nederland. Pas toen ze elf was, mocht ze in ons land blijven. ‘Ik heb mijn kindertijd als vreselijk naar ervaren’, blikt ze terug.

‘We leefden constant in onzekerheid, omdat we niet wisten waar we de volgende dag zouden zijn. We verhuisden van plek naar plek. Al heel jong had ik door dat mijn ouders niet zelf de regie over hun leven hadden. Dat maakte me moedeloos en radeloos. Mensen vertelden mij dat mijn ouders destijds depressief oogden.’

Heviens ouders vluchtten in 1997 als Koerdische Syriërs naar Nederland. Syrië gold toen nog als veilig, maar was dat in de praktijk voor Koerden niet altijd. ‘Daardoor zat je als vluchteling met de bewijslast voor je vluchtverhaal. Wij woonden in een noodopvang en in asielzoekerscentra waaruit van de ene op de andere dag kinderen verdwenen.’

Haar gezin week twee jaar uit naar Duitsland en leefde lange tijd illegaal in Nederland. ‘Ik herinner me veel slapeloosheid uit die tijd. Mijn moeder maakte zich zorgen, omdat ik niet veel at. Op school kon ik geen vriendjes en vriendinnetjes maken en werd ik soms gepest. Maar dat vond ik niet eens het ergste. De vakanties, die waren erg, omdat er geen afleiding was.’

Hoewel voortdurend uitzetting dreigde, stelde ze zich daarbij niet veel voor. ‘Ik wilde niet aan mijn toekomst denken.’ Nadat het gezin – onder meer door een actie van Defence for Children – een verblijfsvergunning had gekregen, zweeg ze lange tijd over haar geschiedenis. ‘Als ze vroegen waar ik vandaan kwam, zei ik: Rotterdam. Daar hadden we het langst gewoond. Ik had een enorme drang om normaal te zijn. Op school deed ik popiejopie en was ik niet voor al mijn klasgenootjes aardig. Ik had een grote mond, behalve als het over vluchtelingen ging. Dan klapte ik dicht.’

De huidige discussie over het kinderpardon maakt haar boos en verdrietig. Als ambassadeur voor Defence for Children is ze er nauw bij betrokken en soms valt het haar zwaar om zo geconfronteerd te worden met haar eigen verleden. ‘In Den Haag wordt de discussie heel politiek gevoerd. Het doet soms zo’n pijn om te zien dat met hen een spelletje wordt gespeeld. Het gaat om kinderen met elk hun eigen leven en toekomstdromen.’

Tekst: Gerald Bruins en Aaldert van Soest
Beeld: Defence for Children